Over ambtsdragers in de kerk: ouderlingen, diakenen en dienaren van het Woord.

 

INLEIDING

Ambt… een dienst, een bediening of dienstverlening
* ingesteld door een bepaald erkend gezag,
* met een nauw omschreven taak
* verricht in dienst van een bepaalde gemeenschap .

Ambtsdragers… mensen die een ambt bekleden. Ook in de kerk komen ze voor. Termen en uitdrukkingen die met het wereldlijk of kerkelijk ambt te maken hebben maken wel duidelijk dat het niet zomaar een baantje is. Het ambt / dienst bestaat… ook los van zijn concrete uitvoering. Zo kan het ambt neergelegd worden of kan iemand van het ambt ontheven worden. Maar daarmee verdwijnt het ambt zelf niet. Dan is het enkel vakant -onbezet. Een ambt vraagt om mensen die het bekleden of dragen willen… een ambts-drager dus. Zo iemand vervult dan het ambt: hij of zij maakt er werk van. Vaak voor een bepaalde tijd. Naar een ambt solliciteer je niet… je wordt ervoor gevraagd… er toe geroepen. En… je wordt niet aangesteld maar bevestigd in het ambt!

 

Het ambt in de kerk

Het is de roeping van kerk en gemeenten om ‘levend uit Gods genade in Jezus Christus de opdracht van haar Heer te vervullen om het Woord te horen en te verkondigen in woord en in daden die getuigen van Gods toewending tot de wereld. Om de gemeente bij dit heil te bepalen en te bewaren bij haar roeping in de wereld heeft, zo geloven we, Christus zelf aan zijn gemeente het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven. ‘Openbaar’ wil hier zeggen dat deze gaven én de erin besloten opdracht in principe aan alle gelovigen toekomen en niet aan een kleine selecte groep. De gemeente is geroepen werk te maken van dit ambt dat haar door de Heer zelf is toevertrouwd . Met het oog op deze roeping kennen we in de kerk drie bijzondere ambten. Deze bijzondere ambten zijn ingesteld om de gemeente te bewaren bij die roeping en haar te helpen en op te bouwen bij de uitvoering ervan. Een aantal leden van de gemeente wordt gevraagd zo’n bijzonder ambt voor een bepaalde tijd te vervullen. Tot de vervulling van dit bijzondere ambt wordt in de kerk wordt je ‘gevraagd’ of ‘geroepen’. De vragende, roepende partij is in eerste instantie de kerkenraad en in haar de gemeente waarbinnen het ambt bekleed gaat worden.Ten diepste zien we het in de kerk zo dat het eigenlijk de Heer van de Kerk zelf is die door de gemeente mensen tot het bijzondere ambt roept.

 

AMBTSDRAGER IN ONZE GEMEENTE
Binnen de traditie waarin onze kerk staat gaan we er van uit dat de Heer drie ambten heeft ingesteld:
A. het ambt van ouderling. In onze gemeente hebben we ze in soorten, onderverdeeld naar werkvelden waarop deze ouderlingen werkzaam zijn. Zo kennen we de jeugdouderling, de wijk- of sectieouderling, de ziekenhuisouderling, de ouderling- kerkrentmeester voor het beheer enz.
B. het ambt van diaken, ook onderverdeeld naar werkvelden: we kennen op Souburg de sectiediaken, de diaken voor het werelddiaconaat, jeugddiaken
C. en tenslotte de dienaar van het Woord (= de Bijbel). We hebben het hier, dat mag duidelijk zijn, over de predikanten.

 

Algemeen

In de regel kunnen alle leden van de gemeente gevraagd worden een ambt te bekleden. De bereidheid hiertoe zien wij als een actuele belijdenis van geloof. Daarom kunnen ook leden die wel gedoopt zijn maar geen belijdenis hebben gedaan in onze gemeente ambtsdrager worden. De ambtstermijn van een ouderling en diaken is vier jaar. Daaraan kan één keer een volgende ambtstermijn van vier jaar worden toegevoegd.
Sinds enkele jaren is het voor deze ambtsdragers ook mogelijk zich in eerste instantie voor een periode van 2 twee jaar te binden. De ambtsdragers doen bij toerbeurt dienst in de erediensten. De ambtsdragers zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk voor de opbouw van de gemeente in de wereld. Aan die gemeenschappelijke verantwoordelijkheid wordt uitdrukking gegeven in de samenkomsten van de kerkenraad. In deze vergaderingen die drie keer per jaar worden gehouden worden beleidsvoorstellen besproken en goedgekeurd, de voortgang ervan besproken en achteraf geëvalueerd.
In de Beleidsgroep waarin vertegenwoordigers van elke ambtsdragersgroep (college) zitting hebben wordt de vinger maandelijks aan de pols gehouden en worden actuele zaken besproken.

De afzonderlijke colleges
Zonder aan die gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het geheel af te willen doen hebben de afzonderlijke ambten ook een speciale verantwoordelijkheid voor hun eigen werkterrein. Ambtsdragers die op het zelfde terrein in de kerk werkzaam zijn komen samen in een College. Deze colleges vergaderen in de regel tien maal per jaar.

 


 

 

Ambtsdragers

Zo kennen we in onze gemeente:

het College van Ouderlingen waarin met name de sectieouderlingen en predikanten samenkomen. Zij zijn in het bijzonder geroepen tot:

De jeugdouderlingen zijn onderdeel van dit College maar zij vergaderen in de regel apart.

Een bijzondere ouderlingengroep is het College van Kerkrentmeesters. Zij zijn in het bijzonder geroepen tot het scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor het leven en werken van de gemeente:

Dan is er het College van Diakenen, gevormd door de diakenen. Zij zijn in het bijzonder geroepen tot:

Tenslotte moeten hier nog de Dienaren van het Woord worden genoemd.

Zij zijn in het bijzonder geroepen tot:

Het werk van de sectieouderling..

Omdat ouderlingen wat het wijkwerk betreft steeds in een koppel werken biedt dit de mogelijkheid dat een van beiden indien nodig, verstek kan laten gaan. Dit vereist wel dat betrokkenen elkaar vooraf en nadien goed bijpraten. In de regel wordt twee keer per jaar een toerustingmiddag/avond voor ambtsdragers en contactpersonen gehouden. Tijdens deze bijeenkomsten komen inhoudelijke en praktische vragen rond het werk aan de orde.

 

Tenslotte: wat word je er beter van?

Een goede en ook terechte vraag: wat levert het je op: ambtsdrager zijn? Hier kunnen we het beste ‘ervaringsdeskundigen’ aan het woord laten. Weten wat er om gaat in de kerk, plaatselijk en bovenplaatselijk versterkt de betrokkenheid en dat, zo zeggen velen, zouden ze niet hebben willen missen.
Bij hun werk komen ambtsdragers ook in contact met mensen die in allerlei bijzondere situaties verkeren en die hen daarbij deelgenoot maken van hun geloof en hun twijfels. Wat zo aan geloofs- en levenservaring wordt opgedaan is van blijvende waarde en werkt verdiepend op het eigen kijk op geloof en leven. Dat binnen het college over deze dingen wordt nagedacht ervaren veel ambtsdragers als verrijkend.

Dat dit allemaal ook wat kost: liefde, tijd en inzet voor de gemeente en haar Heer mag duidelijk zijn maar zo zeggen de meeste ambtsdragers achteraf: ‘dat is het alleszins waard!’

.

ds. Leo Woltering